Ook Ton Maas ging voor MixedWorldMusic naar Hertme en woonde er de tweede festivaldag bij.
door Ton Maas (tekst en foto's)
Dag twee van de 37ste editie van het Afrikafestival in Hertme begint met een hartverwarmend familiefeestje, al moet je ‘familie’ wat ruimer opvatten dan we in het Westen gewend zijn. De hier verzamelde Diabaté’s zijn weliswaar geen broers, neven, ooms, zus of nicht van elkaar, ze behoren wel allemaal tot hetzelfde Manding-geslacht, waarvan de telgen – de mannelijke althans – van oudsher de rol van griot (zingende verhalenverteller) op zich nemen. Koraspeler Balla Diabaté – zoon van de nog niet zo lang geleden overleden Toumani Diabaté – bijt om twaalf uur ’s middags het spits af met een bevlogen solo-optreden. Hij treedt weliswaar in de voetsporen van zijn beroemde vader, maar maakt ook duidelijk tot een nieuwe generatie muzikanten te behoren, al was het maar omdat hij zijn getokkel op de traditionele harpluit lardeert met fel contrasterende accenten en melodische lijnen die buiten het traditionele idioom reiken.
Vernieuwing in traditioneel jasje
Vervolgens is de beurt aan Trio Da Kali, met daarin zangeres Hawa Kassé Mady Diabaté, dochter van de legendarische zanger Kassé Mady Diabaté, bijgenaamd de Gouden Stem van Afrika, en verder Lassana Diabaté op balafon en Mamadou Kouyaté op ngoniba. Ondanks het traditioneel ogende instrumentarium is ook hier duidelijk sprake van vernieuwing. Zo bespeelt Lassana twee balafons tegelijk: een Malinese en een Guineese. Omdat de ene diatonisch en de andere pentatonisch is, heeft hij zo een volledige toonladder ter beschikking. Daardoor kan hij tijdens zijn vaak gedurfde solistische uitstapjes zelfs jazzachtige akkoorden laten klinken. En voor de diep reikende funky bastonen die de jonge Kouyaté uit zijn ngoniba peurt, is enige ondersteuning vanuit de eigentijdse elektronica onontbeerlijk.
Perfect uitgekiend samenspel
Maar het doel dat al die middelen heiligt, is uiteindelijk het bezwerende en hypnotische klanklandschap waarvan Trio Da Kali haar handelsmerk van heeft gemaakt: weids en spaarzaam, maar o zo effectief als inbedding voor de extatische zang van Hawa. Het samenspel van balafon en ngoniba is zo perfect uitgekiend, dat het – overigens sympathieke – gastoptreden van Balla Diabaté aan het einde van het optreden zelfs enigszins afbreuk doet aan het geheel, zeker als hij het nodig vindt om ook nog de elektronische trucendoos open te trekken.
Van weinig focus naar knap geconstrueerde songs
Muzikaal wereldburger Cheikh Lô geeft daarna acte de présence met vooral repertoire van zijn langverwachte nieuwe album Maame. De mix van stijlen uit alle windstreken die op de plaat overtuigend uitpakt, blijft hier in Hertme echter helaas een beetje hangen in gebrek aan focus. Daar heeft de Keniaanse zangeres en gitariste Nina Ogot geen last van. Bij haar worden lokale tradities omgesmeed tot grondstof voor knap geconstrueerde popsongs, waarvan de allereerste al meteen overtuigt met pakkende harmonieën en verrassende wendingen. Gevat is ze ook! Een aan Miriam Makeba opgedragen lied leidt ze in met een smakelijke anekdote over haar heldin, die ooit tegen Ogot had opgebiecht dat een beroemd lied van haar eigenlijk nergens over gaat. Daarna steekt Nina de loftrompet over mensen die de moed hebben om een lied te zingen dat niemand wil horen of te strijden voor een zaak waar niemand oren naar heeft. Dat het optreden van haar vijfkoppige band gaandeweg toch wat afvlakt, lijkt voor het podium niemand te deren.
Wervelende show met spontaan duet
Het sluitstuk van Hertme 2027 moest een klapper worden, dus de verwachtingen zijn hooggespannen. De loeiende synthdreun waarmee het concert opent, duurt zo tergend lang dat het begint te irriteren, maar dan is daar opeens die stem, uit het niets… Het is alsof er in de hemel een luikje opengaat. De banale werkelijkheid is natuurlijk dat Baaba Maal achter de coulissen de microfoon al aan de mond heeft, maar dat doet aan het wonder niets af. Wat volgt is een wervelende show van topniveau, compleet met instrumentaal spektakel, uitzinnige dans en natuurlijk die waanzinnige stem! Maal is dan misschien niet de meest charismatische performer, maar hij laat zich in geen enkel opzicht onbetuigd: hij danst enthousiast mee met zijn danseressen en zorgt als een zorgzame pater familias dat iedereen voor het voetlicht komt. Als hij Cheikh Lô naar voren haalt voor een spontane cameo, lijkt die in eerste instantie richting het drumstel te gebaren. Maar daar wil Maal blijkbaar niks van weten en dus krijgt Lô de microfoon overhandigd en wordt in het zonnetje gezet met een eigen solo als leadzanger. Pas daarna sluit Maal zich aan om de tweede stem te verzorgen. Wat een klasse!













