Interview met Thierno Koite van Orchestra Baobab Afrikaanse dansmuziek op Cubaanse leest geschoeid vrijdag 23 juni, 2017

Het inmiddels legendarische Orchestra Baobab werd ruim veertig jaar geleden opgericht in de Senegalese hoofdstad Dakar. Na een uiterst succesvol eerste decennium raakte de groep in de jaren tachtig uit beeld en viel uiteen. Naar aanleiding van groeiende belangstelling in het Westen werd de groep in 2001 opnieuw opgericht en oogst sindsdien wereldwijd successen met hun unieke mix van Afrikaanse en Cubaanse muziek. Morgen zijn ze te zien op het festival Down the Rabbit Hole in Beuningen.


door Pieter Franssen

Orchestra Baobab ontstaat begin jaren zeventig in de Senegalese hoofdstad Dakar. Van meet af aan heeft de groep veel succes. Hun unique selling point? Grossieren in Senegalese dansmuziek, op Cubaans ritmische leest geschoeid, waar je niet bij stil kunt blijven zitten. De fraaie (samen)zang bedwelmt, jazzy elementen kwamen en komen vooral van de twee blazers, medeoprichter Thierno Koite en zijn neef Issa Cissoko, beiden op alt- en tenorsaxofoon.

 

Al jaren geleden is het voormalige nachtcluborkest opgenomen in de stal van Nick Gold, eigenaar van het kwaliteitslabel World Circuit, dat onder meer de muzikale coterie rond de Malinese gitarist Ali Farka Touré, de jonge Wassoulouzangeres Oumou Sangare en de Buena Vista Social Club met al zijn afgeleiden met veel succes wereldwijd uitbracht.

Baobab 'nieuwe stijl'
Enkele uren voor het uiterst geanimeerde optreden van Baobab ‘nieuwe stijl’ had ik een geïmproviseerd gesprek met saxofonist Thierno Koite, mede-oprichter en jazzy sfeerbeheerder bij de groep. Samen met Gold, opnamegenie Jerry Boys en zanger Balla Sidibe tekende hij voor de productie van het kersverse album Tribute to Ndiouga Dieng, uitgebracht na het overlijden van de geliefde Baobabzanger. Overigens was de groep ook een soort doorgangshuis voor zangers als Thione Seck, die op de nieuwe plaat onvrwacht opduikt in de nummers Sey en Laye Mboup.'

Geniale klank
De band dankt zijn trotse naam aan de reusachtige, eeuwenoude baobabboom, bij ons ook wel bekend als de apenbroodboom. Thierno is dan ook blij verrast als ik een flinke, keihard opgedroogde vrucht van de boom tevoorschijn haal: 'Super dat je zo'n uitgelepelde vrucht meegenomen hebt. Weet je, dat vruchtvlees barst van de anti-oxidanten. Het wordt rondom de pitten weggesneden en weer dicht geplakt. Resultaat: Met die gedroogde pitten erin klinkt ‘ie als een kruising tussen de shekere en een extreme versie van de sambabal. Dieze is authentiek!' Thierno schudt er even flink mee. Het geluid tintelt en kriebelt. 'Wow, c’est genial!'

Smokey & 'saxy' sound
Gitaren, conga's, timbales en weemoedige (samen)zang, zijn belangrijke bouwstenen van de Cubaans getinte, melancholieke danssound van dit voormalige nachtcluborkest. Maar wat het meest de aandacht trekt, zijn de riffs en solo’s van de twee saxofonisten. Thierno Koite leeft zich uit op alt- en tenorsax. Zijn neef Issa Cissoko trekt meanderende lijnen op de ronkende tenor. Samen leveren ze de rokerige, ‘saxy’ sound die zowel stuwend als contemplatief uitpakt, met als meest recente voorbeeld hun schitterende samenspel in het prachtige, door Sidibe en Gomis vanuit de tenen gezongen Caravana, een ode aan de cultuur van de Casamance.



De neven staan dan ook prominent afgebeeld – in full swing – op de voor- en achterpagina van het in fraai zwart-wit uitgevoerde cd-boekje Binnenin geeft Florent Mazzoleni, internationaal vermaard kenner van de Afrikaanse muziek, uitleg over de teksten en herkomst van de tien gereviseerde traditionals.

Gek van vreugde
Thierno: ‘Als neven groeiden we op onder hetzelfde dak! Mijn oudere broer was saxofonist en voor mij een voorbeeld. Hij speelde in nachtclubs in Marseille met muzikanten als de legendarische Dexter Johnson uit Nigeria. Dat wilde ik ook. Zoals Charlie Parker en later John Coltrane hun notenreeksen uitspuwden uitspuwden, maakte me gek van vreugde, maar ik wilde ook verder. Samen ontwikkelden we een Senegalese variant op de Cubaanse mambo/son montuno sound.’

Cubaans muziekuurtje op de radio
‘Dat geluid ontstond stukje bij beetje, mede door fanatiek te luisteren naar platen die werden gedraaid tijdens het wekelijkse Cubaanse muziekuurtje van Radio Senegal in de jaren zeventig. Het hele land zat op zondagmiddag aan de radio gekluisterd, zo belangrijk was de muziek uit Cuba voor ons! De muziek van Orchestra Baobab is van meet af aan doordesemd geweest van afrocubaanse ritmes en melodieën. Die Cubaanse muzikale inspiraties probeerde ik vaak stiekem uit als we ’s avonds eerst ons verplichte rondje langs de dure hotels afwerkten. In de Baobab nachtclub gingen we dan later pas echt goed los.’

Plan van aanpak
‘Mijn neef en ik kwamen uit Dakar, de rest - Bassist Charlie Ndiaye, zanger Rudy Gomis en zanger/timbalero Balla Sidibe - uit de zuidelijke regio Casamance, waar de kora en ook de djembe geen onbekenden zijn. Vandaar dat Nick Gold en opnamecrack Jerry Boys, toch wel de spinnen in het web achter deze productie, het een prima idee vonden de kora te introduceren, ook om het ontbreken van het kringelende gitaarspel van de helaas vertrokken Barthelemy Atisso uit Togo enigszins te compenseren. Wij maakten samen een plan van aanpak op basis van onze selectie en legden dat voor aan Nick. Daarna kwam het schaven aan de arrangementen, waarbij alle groepsleden nog ideeën kon inbrengen. Vooral de nieuwelingen, de koraspeler en de beide gitaristen - een jonkie uit Benin en een gerenommeerde veteraan uit Etoile 2000, die ooit speelde in de band van Youssou N’Dour - maakten daar gretig gebruik van. Het album kreeg pas later zijn huidige titel, want tijdens een deel van de opnamen deed Ndiouga nog volop mee!'

Traditionele songs uit de Casamance, uit Guinee en Gambia en van de Manding krijgen op hun laatste album - tien jaar na Made In Dakar - weer die kenmerkende, verrukkelijke Baobab-behandeling, met hulp van opnameveteraan en voormalig Abbey Road-technicus Jerry Boys. Hij neemt de groep al op sinds Specialist In All Styles uit 2002.

Ruimtelijkheid en detail
Gevraagd naar zijn rol in het geheel, antwoordt Boys per mail: 'Nick en ik wilden geen BVSC-revisited-effect creëren. Het leek ons een goed idee om de kora te introduceren. Na het vertrek van Attisso moest er iets gebeuren met de sound en ik denk dat de kora bijdraagt aan een meer akoestisch geluid. Het ontbreken van Atisso's originele en spaarzame gitaarspel, dat samen met de saxofonisten voor het luchtige, lome en boeiende Baobabgeluid zorgde, wilden we daarmee compenseren. In mijn geluidsregistraties streef ik altijd naar een combinatie van ruimtelijkheid en detaillering. Dat was zo bij de opnames van de BVSC, bij de laatste albums van Ali Farka Touré en bij koracrack Toumani Diabate. En nu weer bij Baobab. Dat heb je goed gehoord!'

Konijnenhol
Aanstaande zaterdag barst de Baobabhemel weer open. De bijdragen van kora de jonge, gretig spelende Beninese gitarist Rene Sowatche, kora en drums hebben de dansgrooves dusdanig gepimpt dat het konijnengatfestivalpubliek in de Beuningse heuvels geheid in de ban zullen raken van deze 'specialists in all styles’. Thuisblijvers kunnen alsnog genieten van de vele studioplaten, zoals Pirates Choice en On Verra Ça, waarop de band niets minder dan prachtige melancholische dans- en luistermuziek maakt.

Voor meer informatie: downtherabbithole.nl

 

 

 

 

 


meer nieuws
Plus de Transglobal World Music Chart Top-40
maandag 1 augustus, 2022
maandag 1 augustus, 2022
zondag 31 juli, 2022
Impressies van twee festivals in het hoge noorden
dinsdag 26 juli, 2022
Primos Del Norte, Dareyn en FaKruTu Dakar Edition
maandag 18 juli, 2022
maandag 18 juli, 2022
zondag 17 juli, 2022
Drie dagen 'All Ears'
vrijdag 8 juli, 2022
zondag 3 juli, 2022
Plus de Transglobal World Music Chart Top-40
vrijdag 1 juli, 2022