Festivalpodium op Praça Camoes
Os Tubarões op de opening van de Atlantic Music Expo
Gren Semé
Scuru Fitchadu
Marcy DePina
Kaapverdisch oud en nieuw Atlantic Music Expo 2022 26 december, 2022

Vanaf 2023 zijn ze weer samen, de Atlantic Music Expo en het Festival Kriol Jazz. Interessant is dan te zien of een schoorvoetend ingezette innovatie wordt vastgehouden. Bram Posthumus vermoedt van niet.


door Bram Posthumus

Met twee Womexen in voormalig Portugal achter de rug – met daarin belangrijke rollen voor een aantal van de voormalige koloniën - is het tijd om de blik even te werpen op Kaapverdië, toch een beetje de vaandeldrager voor de Lusafrikaanse muziek. In vroeger tijden was de archipel een zeldzaam deprimerende tussenhaven voor de schande van de handel in Afrikanen, een verleden dat door de unieke muziek van de archipel in een andere richting is omgebogen – een bewuste politieke keuze, zoals de (voorheen) minister van cultuur Mario Lucio, die weer toert met een nieuwe band.


Maar met die muziek is al een tijdje iets aan de hand.

In 2014, tijdens mijn laatste Kriol Jazz, toen nog gekoppeld aan de Atlantic Music Expo (AME) in de Kaapverdische hoofdstad Praia, was er een nieuwigheid. Op een plek aan de rand van het oude centrum, Plateau, naast de plek waar de hoofdstraat steil en sierlijk afbuigt naar de rotonde beneden en eindigt bij de nationale elektriciteitsmaatschapij was een apart podium ingericht onder de naam ‘Urban’. Naar die plek, letterlijk en figuurlijk aan de marge van het grote gebeuren, waren de hiphop, de elektronica verbannen. Nu ligt dat plein weer wèl pal naast het presidentiële paleis – dus je weet maar nooit hoever die muzikale rebellen en opschudders het nog gaan schoppen. De muziek was er in ieder geval spannend genoeg voor. Die kwaliteit wil op het officiële hoofdprogramma nog wel eens ontbreken.


Praia als vanouds

Ik moest helaas in de daaropvolgende jaren verstek laten gaan, tot ik na het einde van de covid-pandemie eindelijk weer mocht landen op Kaapverdiaanse bodem. Terug in dat dat warme bad van mensen en muziek: AME, dit keer op zichzelf. Weliswaar haalde ik de Mindelo-kant van het muziekgebeuren niet – en daarmee miste ik het optreden van Karyna Gomes uit Guinee Bissau. Maar de hoofdstad Praia klonk en voelde weer als vanouds. De podia stonden op dezelfde plaatsen: in de gezellig drukke Rua pedonál met zijn restaurantjes, en het rustieke Praça Luis de Camões waar een hoofdstedelijk instituut genaamd Café Sofia wat het altijd doet: tot laat koffie en bier schenken. Alleen de dame bij wie ik altijd in straf tempo van die heerlijke broodjes gehakt kocht…die was er niet meer.

Net als de kranten. Eén van mijn kleine genoegens uit eerdere jaren was de aanschaf van een lekkere stapel. A Semana, A Naçao en Espresso das Ilhas; weekbladen die altijd een pagina of twee wijdden aan een voorbespreking van AME en Kriol Jazz - of een schrijver, muzikant of dichter in de schijnwerpers zette. Dit is een land van gitaren en poëmen. Het mooist gelegen restaurant (met fabuleus uitzicht) in Praia heet toch niet voor niets O Poeta…

Hoewel: dat uitzicht is ook weg. Geruïneerd door een spuuglelijk karakterloos monstrum: een vaag Chinees project van pakweg acht etages, met casino. De bouw ligt sinds de covid-crisis stil, maar het uitzicht op de haven, de stad en een deel van oceaan wordt dus nu belemmerd door een fantasieloze doos. Samen met Marcy DePina, cultureel ondernemer, mediamens en DJ uit Kaapverdië, maar wonend in de VS, betreurde ik de kapotte horizon. Vanachter een goed glas wijn, dat dan weer wel.


Cesária
Dat gebrek aan karakter teistert al een tijdje de muziek uit Kaapverdië. Sinds het overlijden (in 2011) van nationaal icoon en wereldster Cesária Évora is er een tamelijk verwoede zoektocht aan de gang naar een nieuwe. Haar uiteraard meer dan voortreffelijke orkest bestaat gewoon nog; je hoeft er alleen maar een nieuwe zangeres voor te zetten. Denk je dan. Maar dat werkt dus niet.

We hebben inmiddels een stevige stoet zien langskomen: goed, aardig, net niet of helemaal niet. Allemaal bezig met dat prachtige maar wel risicoloze repertoire. Enkelen proberen een beetje te ontsnappen aan dat dwingende muzikale keurslijf dat de eigenaren van Cesária’s label en de organisatoren van AME en Kriol Jazz opleggen. Maar de meesten blijven tijdens binnen de lijntjes en dat gold ook voor de artiesten die ik op de Rua pedonal en de Praça Luis de Camões te zien en te horen kreeg tijdens AME deze zomer.

Festivalpodium op de Praça Camoes


Covers

Trakinuz, bijvoorbeeld, begon aardig met een stevige funaná maar vond het daarna nodig om terug te vallen op mateloos voorspelbare publiekspartipatie. Het optreden kende natúúrlijk de zoveelste wenend slechte coverversie van een lied waarvan het coveren de komende vijf jaar gewoon verboden moet worden. Welke? Eén keer raden. Ja natuurlijk: Sodade. Aan de basis een hartverscheurend mooie lamento, door Cesária tot evergreen gezongen en sindsdien zo vaak door de mangel gehaald dat het onherkenbaar verkreukeld is.

Ik pik deze act eruit maar had net zo goed kunnen beginnen bij Sandra Horta, die een divaesque uitstraling combineerde met kwinkelerende zangfiguurtjes bij een jazz-achtig combo, wat bij mij in uitermate vlot tempo enorme irritatie opwekte. Wiebelende dunne stemmetjes kwamen een paar keer langs tijdens deze AME, onder meer bij de ook al niet bijster boeiende Silvestre Bob Mascareas; ik mag toch ernstig hopen dat dit geen trend wordt. Bij de kabbelende behangjazz van het combo Pret & Bronk gingen de oogjes een beetje toe, helemaal toen ze een cover speelden van de klassieker Spain, van Tomatito en Michel Camilo. De band had kans gezien iedere spannende dynamiek vakkundig uit het stuk te slopen.


Tenendubbelvouwend
Tot slot van deze greep wil ik u graag de winnaar in de categorie ‘Ja Maar Dit Kan Toch Niet…’ presenteren: een zanger uit Boston, Alex aka Dutch Kalus, wiens aanwezigheid op het podium alleen te verklaren was als een vriendendienst, met het publiek als onvoorbereid slachtoffer. Niet alleen kregen we een slap aftreksel voorgeschoteld van het soort soft-soul waar Barry White in grossierde maar werden we ook nog getrakteerd op een tenendubbelvouwend ellendige versie van dat andere nummer waarvan het coveren voor geen vijf maar tien jaar verboden moet worden… Geen idee? Als ik het zeg dan roepen jullie “O die!!! Ja, natuurlijk…”. Echt niet? Nee? Nou, goed dan: No Woman No Cry.

Ben ik nou hopeloos verwend of is het aanbod echt zo matig…? Het eten in de Rua pedonal was in ieder geval wel weer fijn, net als de Strella, het aangename lokale biertje. Voor het stevige lokale destillaat groque moet je een sterkere maag hebben; de Grande Dame uit Mindelo dronk het op toneel tijdens haar pauze. Dat zie je niemand meer doen. Het kan toch niet zo zijn dat het aanbod daardoor vooral zo vergeetbaar geworden is…


Gren Semé

Maloya
Nee. Muziek is hier vergeten wat het óók moet doen: het moet schuren, sarren en opschudden. En dat gebeurde maar een doodenkele keer. Gelukkig niet meer op een podium bij de uitgang van het centrum maar gewoon op die twee hoofdpodia. Op de Praça Luis Camões zette de band Gren Semé de revival van de maloya uit Réunion (ingezet door de grote Daniel Waro) met voortreffelijk élan voort. Natuurlijk was de hoofdrol voor de kayamb, die platte doos gemaakt van suikerrietstammen waarin zaden zitten; wie het heen en weer schudt bepaalt tempo en ritme. Gren Semé deed daar ook nog fijne scheuten saxofoon, elektronica, drums en basgitaar bij.

Ook aangetrokken was ik tot de twee nachtelijke DJ sets. Marcy DePina creëerde op de slotavond een onvervalst Kaapverdiaans-Panafrikaans dansfeest waarvan ze achter de draaitafel minstens net zoveel stond te genieten als wij ervoor. En de avond daarvoor intrigeerde Mimi volop. Komend uit Zambia en wonend in België bracht ze een set vol industriële geluiden die deden denken aan de dagen van het industrial noise makende schokgezelschap Throbbing Gristle, wat ze omlijstte met snufjes Senegalese mbalakh (betere dansmuziek moet nog uitgevonden worden), Ivoriaanse coupé-décalé, en wat haar verder maar inviel.


En dan was er die ene band die er op alle fronten uitsprong, geen muzikaal risico schuwde en kans zag de Rua pedonal in vuur en vlam te zetten met een optreden waar de rauwe energie van af knalde, Scuru Fitchadu. Oprichter Marcus Veiga noemde het de belangrijkste show van zijn carrière. In een apart artikel gaat hij uitleggen waarom.


Scuru Fitchadu

Goed dan. Waar gaat het heen met de Kaapverdiaanse muziek? Omdat de grondleggers en/of nazaten van Lusafrica, Harmonía, Kriol Jazz en AME aan het roer blijven en hun uitstekende betrekkingen met het Kaapverdiaanse establishment zullen blijven onderhouden (weer stonden de deuren van het parlementsgebouw – streng van buiten, verrassend sfeervol van binnen – wagenwijd open) voorspel ik dat de muziek net zo zal voortkabbelen als voorheen: plezant, goed gespeeld, aangenaam. En dat is niet erg. Maar er mogen wel eens wat vaker een paar stevige stenen in die zelfvoldane rimpelloze vijver.


meer features
Achtergronden bij El Ultimo Trago
23 december, 2009
Pozie in de strijd tegen de wereldmuziekpolitie
24 december, 2009
Oumou Sangar�s Seya album van het jaar
26 december, 2009
Havana Cultura: een omvangrijk muzikaal project
20 juli, 2010
Zangeres op tournee in Nederland met nieuwe cd op zak
6 april, 2011
Ivoriaanse bassiste/zangeres presenteert nieuw project
27 februari, 2010
Gitarist Dom Flemons over Genuine Negro Jig
27 september, 2012
Portugees kwartet komt naar Nederland
26 maart, 2012
Malinese zanger voor drie concerten naar Nederland
14 september, 2010
Muziek die uitwaaiert naar alle werelddelen
20 oktober, 2011