Niki Jacobs – The Ballad of Mauthausen27 december, 2020

Eigen beheer

Tijdens de overrompelende cd-presentatie van het nieuwe album van Niki Jacobs vroeg ik me af of het mogelijk zou zijn om dezelfde intensiteit te bereiken in de opnamestudio, als er geen publiek is dat ademloos aan je lippen hangt. De cd was op dat moment nog niet beschikbaar, dus die vraag bleef nog even boven de markt hangen. Tot nu dan. En het antwoord laat geen ruimte voor twijfel. De ‘ouverture’ van het album, het instrumentale stuk Di Mispoche, prikkelt al meteen de fantasie en wakkert de verwachtingen aan. Een voor een glijden de partijen over elkaar heen, waarna trompettist Ruud Breuls even lekker mag uitpakken. Een lang uitgerekte toon uit de accordeon van Peter van Os regelt de naadloze overgang naar het eerste lied: Makh Tsu Di Eygelekh. Trefzeker begint Jacobs in het gemoed van haar gehoor te peuren. En weer is daar die trompet, die eerst de statige toon zet en vervolgens een speelse dialoog mag aangaan met de weemoedige melodie. Het derde stuk – Huljet, Huljet – krijgt door de meerstemmige samenzang zelfs iets sacraals. De eigenlijke Mauthausen liederencyclus wordt op heel onverwachte wijze ingeleid door cellist Emile Visser. In het strijdbare Antonis laat Jacobs haar vocale spierballen rollen, aangevuurd door scherp aangezet staccato ensemblespel. Het stuk mondt uit in een schijnbare kakofonie, die een chaotisch slagveld lijkt de verbeelden. Nadat de rust is weergekeerd volgt het gedragen Der Antiofener, opgehangen aan een melodische figuur die telkens terugkeert, spelend met de anticipatie van de luisteraar.
Dan pas neemt Niki voor het eerst haar vertrouwde gitaar ter hand en begeleidt zichzelf met Sjir-Hasjirim, in een arrangement waarin je echo’s van Weil of Eisler zou kunnen herkennen.
Na de tragiek van de Mauthausenliederen volgt het meer opbeurende derde deel, waarin enkele hertaalde en bewerkte interpretaties van popsongs, zoals Brothers In Arms. En natuurlijk het Amerikaanse volksliedje dat Jacobs jaren geleden in haar hart sloot: Wayfaring Stranger. Helemaal aan het eind slaat ze nog één keer onverbiddelijk toe met Lib Mikh Tsartlekh (Love Me Tender). Wie dan nog niet als een blok voor haar gevallen is, heeft geen oren aan z’n hoofd die de naam waardig zijn! (Ton Maas)






«« terug naar overzicht