Boekbespreking: Studio Paradiso Jair Tchong - woensdag 4 september, 2013

Vereeuwigd in een stoeptegel van een fotoboek (624 bladzijden) kijken ze je met gecultiveerde nonchalance aan: de bezoekers van Paradiso, begin jaren tachtig. Het legendarische werk van cultfotograaf Max Natkiel is opnieuw uitgebracht, in een uitgebreide versie. Studio Paradiso is een mooie visuele aanvulling op het punk-offensief van Uitgeverij Lebowski, dat vorig jaar een interessante reeks boeken uitbracht over de Amsterdamse tegencultuur van begin jaren tachtig.

studio paradiso

‘De subcultuur van de jaren tachtig is de laatste pre-digitale uitbarsting van jeugdcultuur’, schrijft filosoof Dirk van Weelden heel raak in de begeleidende tekst. Natkiels portretten zijn onomstotelijk signalen uit een voorgoed verleden tijd: de tijd van vóór de explosie van internet, smartphones en ‘selfies’. Veruit de meeste bezoekers blikken de kijker tegemoet in een mengeling van naïviteit en pseudoprofessionele pose. Punkerig boos, maar even vaak met een onderdrukte, verlegen glimlach. Fotograaf Natkiel schoot deze portretten in de hal van Paradiso, met een klassieke portretcamera waarmee hij ongetwijfeld respect afdwong. Zijn personages vroeg hij net na een concert of manifestatie, de energie nog fonkelend in de ogen. Je ziet hier veel gescheurd leer en vervaarlijk gepunte riemen, maar ook stijlvolle eigenzinnigheid en spannende combinaties van modestijlen. Verwoede en geslaagde pogingen tot ontsnapping aan de middelmaat. Een bombardement van energieke jeugdcultuur.

Het is heel verleidelijk om op grond van dit boek te concluderen dat de bandbreedte van zelfexpressie vroeger, nu vrijwel iedereen zijn outfit bij H & M koopt, veel breder was dan nu. Maar natuurlijk selecteerde Natkiel zijn dramatische personages zorgvuldig, en moet er tegenover deze tegencultuur in de krochten van Paradiso een meerderheid van keurig CDA stemmende en C&A bezoekende burgers hebben gestaan. Toch geeft dit boek, zelfs met deze nuance in het achterhoofd, te denken over de huidige tijd, waarin zelfs de underground haar eigen facebookpagina onderhoudt en ieder concert in een blauwe gloed van fotograferende smartphones staat. Lag de charme van de tegencultuur (bandjes die alleen jij en je vrienden kent, fanzines met beperkte oplage en levensduur) niet vooral in een zekere mate van onzichtbaarheid, een in kleine kring gedeeld geheim?

Bladerend door deze Paradisobevolking van weleer sla je onwillekeurig aan het mijmeren over wat er na deze geportretteerde generatie met de zaal gebeurde. Met de houserevolutie van eind jaren tachtig werd de rockzaal omgetoverd tot club in de nacht: het aantal programma’s groeide exponentieel, evenals de internationale faam. Middels een vrolijke kerstboom aan gelieerde stichtingen zorgde Paradiso in de jaren negentig bovendien voor de ontwikkeling van nieuwe, niet-muzikale programmering, en uitbreiding naar Turks (Pera) en Marokkaans (Marmoucha) publiek. Tegenwoordig kun je evenzogoed een topwetenschapper quantumtheorie horen uitleggen op zondagmorgen, of met je ouders naar een uitvoering van Schuberts Winterreise.

Plus ça change, plus c'est la même chose: die diversiteit in programmering bestond al eerder, zoals de concertlijst aan het einde demonstreert. Meteen al in de eerste maand van 1980 zie je aangekondigd staan (na Joy Division op 1 januari – kan een decennium symbolischer beginnen?), het klassieke ASKO Ensemble, en het Nederlands Blazers Ensemble. Nu de huidige directeur binnenkort vertrekt zal het spannend zijn of zijn opvolger de breedte en diepte in programmering die blijkbaar in het DNA van Paradiso zit zal weten vast te houden.

De portretten zijn prachtig in hun adolescente eigenzinnigheid, en bekeken in de eindeloze opeenvolging krijg je een goede indruk van hoe de ziel van Paradiso steeds vooral wordt vormgegeven door de bezoekers. Al snel ga je ook steeds meer kijken naar de randen van de foto’s: hoe ongelofelijk uitgewoond Paradiso er in die tijd uitzag! Het afgeragde podium en meubilair, de minieme, viertaps bar van de grote zaal, lang voordat hier professionalisering zijn intrede deed. De maandkalenders tegen de muur met de artiesten van toen, en vooral: de graffiti, overal graffiti. Schattig: een frêle punkmeisje, met naast haar gezicht op de muur gekrabbeld: “Elvis Costello is een klootzak”. Benzinestift. Gecalligrafeerd in het klassieke schoonschrift van een basisschoolleerling, dat dan weer wel.

 

Studio Paradiso (Max Natkiel, foto’s & Dirk van Weelden, tekst) verscheen bij Uitgeverij Voetnoot, Antwerpen. Tot 5 januari 2014 is in het Amsterdamse Stadsarchief een selectie van de foto’s van Natkiel te bezichtigen.


meer blogs
Ton Maas - 28 augustus, 2022
Ton Maas - 3 september, 2022
Ton Maas - 29 augustus, 2022
Ton Maas - 22 augustus, 2022
Ton Maas - 13 augustus, 2022
Ton Maas - 1 augustus, 2022
Ton Maas - 31 juli, 2022
Ton Maas - 18 juli, 2022
Ton Maas - 17 juli, 2022
Ton Maas - 3 juli, 2022