Loxandra In Transition5 augustus, 2018

Dalit / Xango

Gek hoe soms al na enkele maten voelt dat je bij een artiest in vertrouwde handen bent, terwijl je dan vaak nog helemaal niet weet langs welke paden en mogelijke ravijnen het avontuur zal leiden. Het overkwam me onlangs nog bij de Griekse groep Loxandra. Hun cd In Transition lag al een tijdje in het stapeltje ‘te beluisteren’, maar iets in het hoesje maakte dat ik hem telkens oversloeg. Dat was dus niet terecht, zo bleek toen hij uiteindelijk in mijn cd-speler belandde.
Wat was het dan dat me zo snel deed beseffen dat het wel snor zat met deze acht Grieken? Om te beginnen de subtiliteit van het intro op kanun en ûd dat me naar binnen zoog, waarna ik bij de kladden werd gegrepen door de stem van Ria Ellinidou en luttele seconden later werd overspoeld door vlammend ensemblespel.
Anders dan de nogal ‘wettische’ opvatting van de traditie die veel Griekse muzikanten er op na houden, musiceert Loxandra meer naar de geest ervan. Invloeden van elders worden vrijelijk geïmporteerd, om vervolgens kunstig te worden vervlochten in het eigen weefsel. Soms lijken ze daarbij akelig dicht langs de afgrond van het routineuze te scheren, maar ook dan behoedt hun feilloze muzikaliteit hen voor uitglijders.
Je hart maakt een sprongetje van verrukking als je hoort hoe ze Kai Ti Den Kano, een Grieks popdeuntje uit de sixties, juist met stijlmiddelen uit het verleden (zoals arabesk) helemaal bij de tijd brengen. Om vervolgens Ottomaans klassiek te laten horen op een manier waarvan je meteen snapt dat die aan het hof van de sultan nooit zo kan hebben geklonken, maar die toch volstrekt geloofwaardig is.
Zinderend hoogtepunt van het album is Ipirotiko, een slepende ballade uit de noordwestelijke regio Epiros, waarin de stem van Ellinidou en de klarinet van Nikos Angousis met elkaar lijken te wedijveren om wie het jammerlijkst kan klagen. Maar Loxandra komt ook dan weer verrassend uit de hoek door de tragiek af te wisselen met ruige instrumentale passages vol extatische improvisaties.
Met Karsilamas Tou Pappou brengen de acht Grieken een ode aan de muzikale ‘grootvader’ van het ensemble, de Thracische muzikant Kariofillis Doitsidis. Dan nemen de beukende ritmes je mee naar het noordelijke bergland vlakbij Bulgarije en besef je weer eens hoe willekeurig moderne landsgrenzen zijn getrokken.
Bij een titel als Balkan Salsa houd je natuurlijk je hart vast, zeker omdat de hoestekst rept van ‘latin spices’. Gelukkig blijkt ook dat figuurlijk bedoeld en niet letterlijk. Neemt niet weg dat puristen waarschijnlijk hun neus zullen ophalen voor Loxandra, maar zoals de Baskische stemkunstenaar Beñat Achiary al sneerde toen hij hun tegenwerpingen magistraal van tafel veegde: ‘Ils vivent dans le frigidaire de la culture!’ (Zij leven in de ijskast van de cultuur.) (Ton Maas)





«« terug naar overzicht