Didier Laloy Belem & The Mekanics1 december, 2017

Igloo / Xango

Didier Laloy uit Wallonië is niet alleen een van de meest virtuoze bespelers van de trekhamonica, hij is ook een begenadigd componist die met weinig middelen diepe emoties weet aan te boren. Het duo dat hij sinds enkele jaren vormt met klassiek celliste Kathy Adam (uitspreken op z’n Frans!) markeerde al een overstap van folkclubs naar concertzalen en met dit nieuwe project wil hij doorstoten naar het theatercircuit. Het mechanische orkest van de Belgische avantgardist Walter Hus kan ook niet met minder toe. Volledig uitgestald neemt het vele meters podiumruimte in beslag.
Imposant is het zeker. En het past ook perfect in de ambitie die Laloy al een tijdje aan de dag legt: aan zijn muziek een theatrale dimensie toevoegen. Maar waar ik Laloy’s eerdere prodiumpresentatie met gortdroge en absurdistische humor altijd zeer wist te waarderen, staat dit spektakel me juist tegen omdat het de spontaniteit van het optreden aan banden legt, zoals ik al schreef nadat ik het project voor het eerst live zag in het Belgische Hoei.
Een ander probleem is dat het mechanische orkest er niet alleen uitziet als een gedemonteerd draaiorgel, maar ook zo klinkt. Vooral de dodelijke en steriele precisie van het tromgeroffel benadrukt het mechanische karakter van de muziek. Uiteraard spelen Laloy en Adam hun partijen live, maar de natuurlijke swing van hun spel moet telkens wijken voor metronomisch raderwerk.
Wat niet wil zeggen dat het album geen sterke kanten heeft. De composities zijn fraai als altijd, en veel inventiviteit is gaan zitten in de arrangementen voor het vooral uit metalen en houten orgelpijpen opgetrokken mechanische orkest. Maar zodra ze het orkest even het orkest laten voor een muzikaal tête à tête, zoals in Promenade, voel je gelijk de sensuele spanning van de interactie, die herinnert aan hoe het was toen ze nog als duo op het podium stonden. (Ton Maas)





«« terug naar overzicht