North Sea Jazz: 'we need to feminize our politics' Jair Tchong - zondag 9 juli, 2017

Twee extreme uitersten in de Congo op dag twee: entertainment en kunst. Waar de Cubaanse pianist Roberto Fonseca een volvette show rondom zijn visie op de Cubaanse muziek presenteert, blaast de Britse saxofonist Shabaka Hutchings met zijn groep The Ancestors even later een bezielde set ‘spiritual jazz’ de tent in, schitterend van kaliber en van een haast ondragelijke intensiteit.

Met zijn fraaie album ABUC wil Roberto Fonseca de Cubaanse muziek in zekere zin redden van de timba rage: de moderne Cubaanse muziek met veel invloeden uit funk en rock, een genre dat na een spetterende start inmiddels is vastgelopen in routine en cliché. Maar waar de plaat van Fonseca wist te overtuigen kiest hij op North Sea Jazz voor een onbegrijpelijk gladde latin show.

Het begint al met een korte introductie, waarin zelfs de clave (de hartslag van Cuba) niet live wordt gespeeld, maar vanaf tape blijkt te komen. Weemoedig moest ik terugdenken aan de tijd dat de grote Cubaanse orkesten nog vaker naar Nederland kwamen, regelmatig zelfs met een aparte percussionist alleen voor de güiro (rasp). De eerste twee nummers overtuigen daarna al meer: de blazerssectie zit goed in elkaar en heeft onderling veel plezier, dat meteen overslaat op het publiek. Fonseca heeft een kraakheldere, lyrische stijl die vaak herinnert aan Keith Jarrett.

Roberto FonsecaMaar na een sprankelend begin dat wordt afgesloten door een solo voor de contrabassist, die al strijkend en plukkend een effectief ingetogen versie van Besame Mucho brengt, gaat Fonseca in de overdrive en lijk je als toeschouwer ineens in een spelshow verzeild te zijn geraakt. Alle cliché’s van een salsa concert komen voorbij, de muziek wordt steeds eenvormiger, de verlangde publieksparticipatie hoog opgeschroefd. Fonseca’s betoog over de rijkdom van de Cubaanse muziek loopt vast in eenvoudig hosbare ritmes en ijdel vertoon.

Onwillekeurig moest ik aan twee platen denken: Cachao’s Master Sessions (1994) en Cachaíto (2001), van oom Israel López Valdés en neef Orlando ‘Cachaíto’ López. Twee beroemde Cubaanse bassisten, die met die albums op onovertroffen wijze geschiedenis en mogelijke toekomst van de Cubaanse muziek presenteerden. Vergeleken met deze hoge, elegante standaard is wat Fonseca hier laat horen plat-Amerikaanse feestmuziek, waarin geen ruimte wordt overgelaten voor muzikaal vuurwerk. Geen descarga (jam), maar formule. Geen duel op het scherpst van de snede op het podium, maar een behaagziek format.

Groter had het contrast niet kunnen zijn met het volgende concert. Het optreden van de Britse saxofonist Shabaka Hutchings was tijdens het festival Transition (in Utrecht) al een eenzaam hoogtepunt, waardoor ik vooraf enigszins bevreesd was of zoiets wel te overtreffen zou zijn. Die vrees bleek onterecht. Het is werkelijk onvoorstelbaar hoe Hutchings zijn solo’s op weet te bouwen. Bij aanvang verkeer je nog temidden van alledaagse beslommeringen (‘Heb ik die Cachao platen nou ooit uitgeleend of staan ze thuis?') en dan, zonder dat je er erg in hebt, raak je ineens volkomen verstrikt in de concentratie en overrompelende bezieling van Hutchings en zijn fenomenale groep The Ancestors.

Shabaka
Shabaka Hutchings & The Ancestors (foto Eric van Nieuwland)

‘Spiritual jazz’ was een fase in de jazzgeschiedenis waarin het ineens zeer en vogue werd om uitbundig met belletjes te rinkelen en vooral veel Indiase of anderszins mystiek klinkende slogans te uiten. Op enkele uitzonderingen na is veel daarvan inmiddels verouderd. Bij Hutchings is het geen modeverschijnsel, maar een grondige eigenzinnigheid waarin tal van saxofoontradities worden gesublimeerd in één, geheel eigen stijl.

Uniek is daarbij zijn oriëntatie op Afrika: luisterend naar Hutchings trekken in gedachten flarden Fela Kuti voorbij, maar Hutchings speelt veel zuiverder, en niet permanent stoned zoals Kuti. Wilde erupties roepen soms de Ethiopische gigant Getatchew Mekurya in herinnering zonder ook maar in de buurt te komen van een geborneerd citeren, zoals de jazzgewoonte wil. Minstens zo sensationeel aan dit alles is de overweging dat Hutchings nog maar aan het begin van zijn carrière staat.

Alles in deze eindeloos in details fascinerende muziek staat in dienst van een ritueel, dat tot in het diepst van de ziel weet te beroeren. De Zuid-Afrikaanse preacher ranselt tegelijkertijd met een kippenvelopwekkende overtuigingskracht zijn zinnen de zaal in: ‘We need to feminize our politics.’ En: ‘The gods no longer descent from the mountains.’ En: ‘We need new people, we need new hymns.’ Accenten binnen deze teksten worden spatzuiver ondersteund door de percussionist, zoals bij The Last Poets. Wonderlijk ook, hoe ieder bandlid een eigen karakter op zijn instrument demonstreert, maar het collectief toch zo sterk klinkt samen.

Het is onmogelijk om bij de teksten van de preacher niet aan tijdelijke ego’s zoals Trump, Poetin en Erdogan te denken. Dit terwijl op hetzelfde moment deze muziek een haast elektrische energie door het lijf jaagt en zo een herwonnen vertrouwen schenkt in het lot der mensheid. Hutchings en zijn groep gaven een concert van een bijna pijnlijke schoonheid. Dit is muziek als voertuig van de ziel, in plaats van muziek als verkoopbaar product, zoals de politiek het tegenwoordig graag ziet. In de allerbeste jazztraditie is dit gesublimeerd leed dat verheft en inspireert. Muziek van een ongekende zuiverheid. Amen.


meer blogs
Ton Maas - 19 september, 2017
Jair Tchong - 18 september, 2017
Mattie Poels - 12 september, 2017
Mattie Poels - 5 september, 2017
Ton Maas - 3 september, 2017
Jair Tchong - 31 augustus, 2017
Ton Maas - 26 augustus, 2017
Jair Tchong - 3 augustus, 2017